BOOKS
Maselis, Marie-Christiane e.a.
De Albums van Anselmus de Boodt (1550-1632). Geschilderde natuurobservatie aan het Hof van Rudolf II te Praag.
Tielt, Lannoo, 1989.
€ 29.50
Gebonden, linnen met orig. stofwikkel, 215pp., 26x34cm., talr. ills. in kleur, zeer goede staat (stofwikkel met wat lichte gebruikssporen, band en binnenwerk in zeer goede staat).. ISBN: 9020917374.
Avec sommaire en français - With english summary. Inhoud: Natuurstudie en natuurafbeelding aan het hof van Rudolf II - Materiaal onderzoek van de albums de Boodt - De Boodt en Verhulst - Naar de natuur en naar model - De albums als weerspiegeling van de Boodts natuurvisie. / Het boek biedt een diepgaande kunsthistorische en wetenschappelijke analyse van de albums van Anselmus de Boodt, die behoren tot de collecties van de Koninklijke Bibliotheek van België. De studie behandelt de ontstaanscontext van deze werken binnen het intellectuele milieu van het hof van Rudolf II, waar natuurstudie, alchemie en kunstproductie samenkwamen. De verschillende hoofdstukken analyseren de iconografie, techniek en functie van de afbeeldingen, waarbij aandacht wordt besteed aan botanische, zoologische en mineralogische representaties. Daarnaast onderzoekt het werk de relatie tussen empirische observatie en artistieke verbeelding, en plaatst het de albums binnen de bredere traditie van vroegmoderne verzamelcultuur en wetenschappelijke illustratie. De rijk geïllustreerde catalogus fungeert zowel als studie van een specifiek corpus als een bijdrage tot het begrip van de wisselwerking tussen kunst en wetenschap in de 16de en 17de eeuw. Anselmus Boëtius de Boodt werd in 1550 geboren in een welgestelde Brugse familie. Na zijn studies in de rechten en de geneeskunde in Leuven, Padua en Heidelberg, trok hij naar Praag. Daar werd hij de lijfarts van keizer Rudolf II, een vorst met een enorme passie voor kunst en wetenschap. In deze stimulerende omgeving ontplooide De Boodt zich tot een echte universele geleerde. Na de dood van de keizer keerde hij terug naar Brugge, waar hij tot zijn overlijden in 1632 raadsheer van de stad bleef. In de schaduw van zijn officiële taken aan het hof wijdde hij zich aan zijn ware passie: het observeren en vastleggen van de natuur. Als botanicus en kunstenaar bracht hij de keizerlijke tuinen tot leven op papier. Hij vervaardigde honderden verfijnde aquarellen van planten, vogels en insecten, waarbij hij wetenschappelijke precisie combineerde met een groot artistiek talent. Deze tekeningen waren niet alleen decoratief, maar dienden als een visueel archief van de biodiversiteit uit zijn tijd. Zijn grote verdienste is dat hij de natuur niet alleen beschreef, maar ook op een realistische manier in beeld bracht, waardoor hij een pionier werd in de wetenschappelijke illustratiekunst.









