OK  
  OK        Cancel  

BOOKS

Vanmaercke-Gottigny M.C., Mys M., Paulissen E., Vandenberghe J., De Smedt P. Regionale fysische geografie. Deel I theorie. Deel II: Excursiegidsen. Leuven, KU Leuven Instituut voor Aardwetenschappen, 1978.
€ 20.00
Gebrocheerd, gestencild, deel 1: ca. 140 niet-genumm. pp.+1 losse kaart, deel 2: ca. 74 niet-genumm. pp., 20,5x29cm., rijkelijk geïllustr. in z/w., in goede staat (omslag met lichte gebruikssporen en beetje verkleurd, verder goed).
Itemnummer 20834
Inhoud Deel 1: Regionale geomorfologische studie van het Zuid-Vlaamse Heuvelland / De geomorfologische struktuur van Laag-België langs de beneden-Schelde / De geomorfologie van Limburg / Geomofologie van de Zuiderkempen en Brabant. Deel 2: Van Heuvelland tot polders / Het land van Waas en Boom. / De geomorfologie van de Limburgse Kempen / Geomorfologie van de Zuiderkempen en Brabant. // Deze tweedelige universitaire cursus werd samengesteld door onderzoekers van het Instituut voor Aardwetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. De publicatie diende als studiemateriaal voor studenten geografie, geologie en aardwetenschappen en biedt een systematische analyse van de fysische landschappen van België. De combinatie van theoretische hoofdstukken en terreinexcursies maakt het werk tot een waardevol document van het geografisch onderwijs in Vlaanderen tijdens de jaren 1970. Regionale fysische geografie behandelt de ontstaansgeschiedenis, geomorfologische structuur en landschappelijke ontwikkeling van enkele van de belangrijkste natuurlijke regio's van België. Het werk legt de nadruk op de wisselwerking tussen geologie, reliëfvorming, bodemontwikkeling, hydrografie en klimaatinvloeden die samen het huidige landschap hebben gevormd. Het eerste deel bevat een reeks theoretische studies waarin de fysisch-geografische kenmerken van verschillende Belgische landschappen worden geanalyseerd. De auteurs behandelen achtereenvolgens het Zuid-Vlaamse Heuvelland, de geomorfologische structuur van Laag-België langs de beneden-Schelde, de landschapsontwikkeling van Limburg en de geomorfologie van de Zuiderkempen en Brabant. Daarbij wordt aandacht besteed aan tertiaire en quartaire afzettingen, erosieprocessen, rivierwerking, dekzanden, lössgebieden, valleivorming en de invloed van klimatologische veranderingen tijdens het Pleistoceen en Holoceen. Het tweede deel bestaat uit excursiegidsen die studenten en onderzoekers begeleiden bij terreinonderzoek in verschillende landschapsregio's. De excursies voeren door het Heuvelland, de polders, het Land van Waas, de regio Boom, de Limburgse Kempen en de Zuiderkempen. Tijdens deze veldstudies worden geologische ontsluitingen, reliëfvormen, bodemprofielen, rivierterrassen en landschappelijke structuren rechtstreeks in het terrein bestudeerd. De gidsen illustreren hoe theoretische geomorfologische inzichten kunnen worden toegepast op concrete landschappen. Door de combinatie van wetenschappelijke analyse en terreinobservatie vormt deze publicatie een belangrijk document voor de studie van de Belgische fysische geografie. Het werk biedt inzicht in de natuurlijke processen die verantwoordelijk zijn voor de vorming van het Vlaamse en Belgische landschap en blijft relevant voor geografen, geologen, bodemkundigen, landschapsdeskundigen en erfgoedonderzoekers. (AI-gegenereerde inhoudsbeschrijving)






Back to Top Privacy